Wie bouwde het Noorsche Huis in Gorssel

Het Noorsche Huis in de avondschemering
foto: Maarten Beernink

Het mysterie van de eerste bewoners

Het Noorsche Huis werd in 1913 gebouwd als een prefab-woning. Het werd als bouwpakket geleverd door de Noorse fabriek Strømmen Trævarefabrik, die houten huizen produceerde voor export naar heel Europa. Het bouwpakket werd per schip naar Rotterdam vervoerd en daarna per spoor naar Gorssel vervoerd (samen met twee andere exemplaren voor de regio Hilversum en Breda).

In de decennia na de bouw bleef het een karakteristieke verschijning in het dorp, met zijn houten drakenkoppen en onheilspellend donkere wanden. Op verschillende websites is de historie van het huis opgetekend. Maar er rouleren verschillende versies over wie nu de eerste bewoners zijn geweest. We zochten het uit.

De inzending van de American Trading company op de Nijverheidstentoonstelling bij Musis Sacrum in Arnhem in 1903
fotograaf onbekend (prentbriefkaart)

Waarom een Noors huis bouwen in de Achterhoek?

Rond de eeuwwisseling van de 19e en 20e eeuw waaide de nostalgische stroming in de Scandinavische architectuur bekend als de Dragestil (drakenstijl, geïnspireerd op vikingschepen en de middeleeuwse staafkerken) ook over naar andere landen in Europa.

Aangewakkerd door de Wereldtentoonstelling in Parijs (internationale primeur complet faerdige huse in 1878, nogmaals in 1889 en absoluut hoogtepunt van de populariteit in 1900) werd ook in de Gelderse Nijverheidstentoonstelling rond Musis Sacrum in Arnhem in 1903 een woning gepresenteerd die tevens als muziekpaviljoen dienst deed.

Ook de nauwe banden tussen de Nederlandse en Noors-Zweedse koningshuizen én de romantische opkomst van houten buitenverblijven in bosrijke streken droegen verder bij aan de interesse. Dit kwam samen in de schenking van een houten huis door de Noorse koning Haakon VII aan het Nederlands Koninklijk Huis in 1905, nu bekend als jeugdherberg De Kleine Haar in Gorssel.

Lees op deze pagina meer over de Strømmen Trævarefabrik en de Noorse bouwstijl Dragestil.

De mysterieuze bewoners-mythe

Jarenlang wordt er in verschillende artikelen verwezen naar verschillende ‘eerste bewoners’ van het Noorsche Huis in Gorssel. In archieven van regionale dagbladen kom je de namen van weduwe Hoogeboom-Vroom (in een artikel van de Provinciale Overijselsche en Zwolsche Courant onterecht als Vloogeboom-Vroom aangeduid) en weduwe Kollman tegen in relatie tot de zoekterm ‘Noorsche Huis’ en ‘Gorssel’. Berichtgeving over een veiling en een verkoop lijken de bron van deze namen:

Op 13 juni 1917 wordt er een buitenverblijf met 4,5 ha dennenbosch in Epse (destijds gemeente Gorssel) geveild in hotel ’t Buitenkamp’. In het meest complete artikel in de Zutphense Courant wordt de woning als ‘Het Noorsche Huis’ van mevr. A.A. Hoogeboom-Vroom’ vermeld. Het zal een houten buitenverblijf zijn geweest (wellicht in Noorse stijl, maar ook Zwitserse chalet-stijl was populair in die tijd), in combinatie met de gemeente Gorssel ligt de verwarring voor de hand. Maar er is geen link gevonden tussen Hoogekamp-Vroom en de plaats Gorssel, het perceel lag toch ook echt in Epse. Andere artikelen, en later websites, hebben deze (begrijpelijke) verwarring steeds van elkaar overgenomen.

Dan is er nog de advertentie van 17-3-1922 voor de verkoop van ‘het nieuw gebouwde landhuis’, wel in Gorssel zelf dit keer, voor weduwe Kollman (geboren van Hasselt). Het huis is te bezichtigen, “waarvoor men zich vervoege aan het Noorsche Huis te Gorssel”. Ook hier is de verwarring begrijpelijk, maar het betreft toch echt een andere woning: het huis De Gulden Roede aan de Joppenlaan (gebouwd in 1919). De omschrijving van de woning wijkt ook af. Hoogstwaarschijnlijk dus gewoon een ouderwets Achterhoeks stukje Naoberschap. De omschrijving van de woning is in latere berichtgeving over het Noorsche Huis overgenomen, maar bijv. genoemde indeling komt niet overeen.

Van Duitse verlichting tot Gorsselse luwte: de opmerkelijke familie Büchner

Voor de ontknoping wie nu echt het Noorsche Huis heeft laten bouwen geeft het Kadaster definitief uitsluitsel: in 1913 kocht Susanna Maria (Suse Marie) Berns, weduwe van Willem Frederik Büchner, het perceel in Gorssel waar het Noorsche Huis op is gebouwd van de erfgenamen Woertman. Samen met haar stiefdochter Maria Büchner en dienstbode Hendrika Geerders werden zij op 22 december 1914 ingeschreven als nieuwe inwoners in Gorssel.

De familienaam Büchner kent een rijke geschiedenis van vrijzinnigheid, intellectuele onafhankelijkheid en maatschappelijke betrokkenheid. Willem Frederik Büchner (de vader van Maria, in eerste instantie getrouwd met Cornelia Catharina van der Sleyden, de moeder van Maria) was een kleinzoon van de bekende Goudse stadsarts dr. Willem Frederik Büchner (1780-1855). Via hun Duitse stamlijn zijn ze rechtstreeks verbonden met bijvoorbeeld toneelschrijver Georg Büchner en feministische pionier Luise Büchner.
Deze vrijzinnige, verlichte achtergrond is ook te herkennen in Maria, die als een van de weinigen in het dorp ingeschreven stond met religie ‘geen’. Na het overlijden van haar stiefmoeder (in 1915, Maria werd in 1917 in het ingeschreven als nieuwe eigenaar) bleef zij bijna een halve eeuw lang als markante, onafhankelijke hoofdbewoonster in het Noorsche Huis wonen, alleen met haar dienstbode en verzorgster.

Maria Büchner (1873-1962)
(Bron: archief Strookappe.nl)

Verwarrende adressen

Bij het ontwarren van de puzzel rond de eerste bewoners helpt de herhaaldelijke gemeentelijke hernummering van het perceel (ivm de groei van Gorssel) ook niet mee:

1914: Wijk G91a
1921: Wijk G94
1930: Huisnummer 142
1940: Huisnummer 169
1951: Molenweg 53
Huidig: Molenweg 57

Portret Suzanna Maria Crommelin (bron: Rijksmuseum.nl)

Nalatenschap

Maria Büchner overleed in april 1962 op 88-jarige leeftijd. Zij liet het Noorsche Huis na aan de Vereniging Tehuis voor Kinderen (Stichting voor het Gehandicapte Kind) te Deventer.
De voorwaarde: haar huishoudster juffrouw J.L. Berends en verzorgster juffrouw A.A. van der Breggen krijgen het levenslange recht van vruchtgebruik om in de woning te blijven wonen. Dat duurde tot 1980, waarna de stichting het pand weer aan particuliere eigenaren verkocht.

Ook haar stiefmoeder (geboren Koch) had bij haar overlijden een bijzonder legaat nagelaten: een portret van haar grootmoeder Suzanna Maria Crommelin (de overeenkomst in voornamen is dus niet toevallig) dat in 1961 officieel in de collectie van het Rijksmuseum is opgenomen. Hoogstwaarschijnlijk heeft dit familieportret dus tot die tijd in het Noorsche Huis gehangen.

Dienstbode van moeder op dochter

Dat de familie Büchner niet bepaald onbemiddeld was kan uit bovenstaande al wel worden afgeleid. Maria heeft daardoor zelf een dienstbode en verzorgster in dienst kunnen houden. In 1924 ziet zij Gorssel verder uitbreiden en dat gaat ten koste van haar uitzicht. Dus gaat zij een overeenkomst aan voor erfdienstbaarheid aan met Teunis Woertman (kleinzoon van de familie waar het perceel voor het Noorsche Huis van is gekocht). Voor zeshonderd gulden is zij bij leven en bewoning van het Noorsche Huis gegarandeerd van een vrije uitkijk aan die kant van het huis.

Over de dienstbodes in het Noorsche Huis geeft het boek ‘Gorssel van Agrarische Gemeenschap tot Forensendorp‘, uitgegeven door Historische Vereniging De Elf Marken, nog een interessant inkijkje:

“Hanna Zweverink neemt als inwonende dienstbode voor dag en nacht haar intrek in het Noorsche huis dat in die tijd bewoond wordt door mevrouw Maria Büchner. Dat betekent met kost en inwoning en tegen een gering salaris werken van zondagavond tot zaterdagmiddag. In die tijd moest ook nog familie- en kerkbezoek plaatsvinden. Thuis was er een mond minder te vullen. ‘Meisjes worden groot van een inwonende dienstbetrekking’, is men in die tijd van mening. Hanna heeft dan al gediend op Huis te Werken, op de Riethof en in het pension van juffrouw ten Hoopen. Ze trouwt met met tuinman Berend Klooster, een weduwnaar met vier kinderen.
Na tien jaar neemt ze afscheid en krijgt een mooie gouden speld voor haar trouwe dienst. Het echtpaar krijgt een dochter: Reina. een nöstdolleke, een nakomertje. Mevrouw Büchner komt haar vaak bewonderen in haar wiegje aan de Elfuursweg. We schrijven 1933. Op veertienjarige leeftijd treedt Reina – in de voetsporen van haar moeder – als hulp in de huishouding in dienst bij mevrouw Büchner. er zijn dan al een verzorgster en een huishoudster werkzaam: juffrouw van Breggen en juffrouw Berends. De eerste is een lieverd. De tweede is een potentaat, die Reina er flink van langs geeft als ze de vogelpoep niet van de ballustrade krijgt. Bij haar huwelijk krijgt ze een envelop met inhoud van haar werkgeefster waarvan ze twee mooie keukenstoelen koopt.”

Deze pagina is tot stand gekomen door bronnenonderzoek, maar ook heel veel dank aan het onderzoek en archief van Erwin Strookappe (zie voor heel veel meer informatie van historische huizen en families in de Eesterhoek in Gorsel zijn website), De Historische Vereniging De Elf Marken en oud-bewoonster Erma Prins.

Fouten/onvolledigheden gezien of andere toevoegingen of opmerkingen? Neem dan graag even contact op via het contactformulier.