Noorse ‘Art Nouveau’

De Strømmen Trævarefabrik in 1905
Foto: Ukjent/Kent Jensby Sørensen

Dragestil

Het Noorsche Huis is ontworpen in de zogenaamde ‘dragestil‘, een Noorse bouwstijl die in de eind van de 19e eeuw populair werd. Dragestil was niet zomaar decoratief, het hing samen met de Noorse zucht naar een eigen culturele identiteit (los van de Zweedse personele unie en Deense overheersing.
De Strømmen Trævarefabrik begon als een van de eerste stoomzagerijen met de productie van prefab bouwpakketten in deze stijl. De stijl kenmerkt zich door houten ornamenten, drakenkoppen en steile daken die verwijzen naar de Vikingtraditie. De romantische uitstraling en het gebruik van hout maken de stijl uniek binnen Nederland, hoewel Zwitserse chaletbouw in die tijd ook populair was voor buitenverblijven (en op haar beurt ook de Dragestil heeft beïnvloedt).

Segelckehuset 1893, directeur van  Strømmen Trævarefabrik
Het huis van directeur Christen Segelckes in 1893
bron: lokahistoriewiki.no

Middeleeuwse wortels

De houten drakenkoppen en houtsnijwerken die kenmerkend zijn voor Dragestil zijn direct geïnspireerd op de eeuwenoude Noorse staafkerken, zoals die in Borgund en Urnes. Door de archeologische vondst van Vikingschepen, zoals het Tuneschip in 1867 en met name het goed bewaard gebleven Gokstadschip in 1880, raakten de Noren helemaal in de ban van hun Vikingverleden en architekten zoals Holm Hansen Munthe begonnen met het ontwerpen van gebouwen met drakenkoppen en vlechtwerk (de vroege vorm van Dragestil die in 1889 op de wereldtentoonstelling in Parijs werd getoond).
Overigens zijn de draken bedoeld als goedaardige bescherming. In de Noorse mythologie hebben draken een afschrikwekkende functie tegen kwaadwillende geesten (en dus beschermend voor de bewoners).

Een prefab huis van de Strømmen Trævarefabrik in aanbouw
Bron: Industrimuseum.no

Het Noorsche Huis werd geleverd door Strømmen Trævarefabrik nabij Oslo (toen Christiniania genoemd), destijds een van de modernste stoomzagerijen van Scandinavië en leverancier van houten prefab-bouwpakketten. Het constructieve principe werkte met nummers, merktekeningen, zwaluwstaartverbindingen en houten deuvels.
De onderdelen werden in Noorwegen vervaardigd en proef geassembleerd, vervolgens genummerd en daarna gedemonteerd als bouwpakket verscheept. In Nederland werd het geheel ter plaatse opgebouwd op een stenen of betonnen onderrand. De machinale precisie van de stoomzagerij zorgde ervoor dat al het houtwerk naadloos op elkaar aansloot. Dat was essentieel in verband met de krimp en werking van het Noorse vurenhout/grenenhout in het Nederlandse klimaat.

Andere voorbeelden van vergelijkbare Noorse huizen zijn te vinden in onder meer Beekbergen, Kring van Dorth en jeugdherberg De Kleine Haar (nu Stayokay Gorssel.) In Nederland zijn er nog zo’n 25 bewaard gebleven. Veel van deze houten huizen zijn in de loop van de 20e eeuw gesloopt en/of verloren gegaan door aantasting van de huisboktor en gebrekkig onderhoud van het onbehandelde Noorsche Hout.
Ook de Strømmen Trævarefabrik zelf overleefde het niet, bij een verwoestende brand in 1919 ging een groot deel van het fabriekscomplex (inclusief de enorme montagehallen) verloren. De fabriek herstelde nooit meer helemaal van deze klap en stopte met het maken van de iconische ferdighus-bouwpakketten. Tot de finale afwikkeling in 1929 werden slechts nog deuren, ramen en meubels gemaakt.

Tot slot nog een bijzondere vermelding voor bouwhistoricus Johan Doornenbal. Die heeft veel onderzoek gedaan naar Noorse houten prefab huizen in de periode van 1885-1935 en daarover gepubliceerd.